Fabels

GroenLinks is duidelijk: we investeren alleen nog maar in duurzame vormen van energie. Er bestaat echter veel onzin rond windenergie. Tien fabels ontzenuwd.

1) “Er is een grote voorraad goedkope fossiele brandstoffen"
2)  “Windmolens verminderen de CO2-uitstoot niet”
3) “We hebben geen windenergie nodig, want zonne-energie is de oplossing!”
4) “Windenergie is duur”
5) “Windmolens draaien niet op wind, maar op subsidie”
6) “De overheid geeft 18 miljard euro uit aan windenergie”
7) “Windenergie is onbetrouwbaar”
8) “Windmolens geven veel overlast”
9) “Vogels botsen tegen windmolens”
10) “Windmolens op zee verstoren het dierenleven”

1) “Er is een grote voorraad goedkope fossiele brandstoffen” 

De voorraad fossiele brandstoffen is eindig. Fossiele brandstoffen raken op de lange termijn op. Maar nog lang voordat kolen, olie en gas op zijn, moet de wereld stoppen met ze verstoken om klimaatverandering binnen de perken te houden. Wetenschappers en internationale organisaties hebben gewaarschuwd voor de rampzalige gevolgen van ongeremde CO2-uitstoot.

2) “Windmolens verminderen de CO2-uitstoot niet”

Windenergie is nodig om de Nederlandse doelstelling voor duurzame energie te halen. Windenergie is duurzaam, schoon en belast het klimaat niet. Als we genoeg windmolens hebben, zullen gas- en kolencentrales stil liggen. Zeker wanneer het systeem van Europese emissiehandel (EU ETS) goed gaat functioneren en de CO2-prijs hoger is, zal windenergie voor nog meer CO2-reductie zorgen.

3) “We hebben geen windenergie nodig, want zonne-energie is de oplossing!”

De piek van het elektriciteitsgebruik op het gehele Europese continent ligt in de winter, wanneer zon het minst oplevert. Grootschalige toepassing van zonne-energie (met seizoensopslag) vereist een kostbare infrastructuur. In de toekomst zou dit binnen bereik kunnen komen, maar nu is het nog geen alternatief voor wind.

Windmolens wekken groene stroom op voor 2.000 huishoudens. Het rendement van windmolens is hoger dan die van kernreactoren, gas- en kolencentrales. Windenergie is de goedkoopste vorm van duurzame energie. In alle toekomstscenario’s heeft windenergie dan ook een groot aandeel.

4) “Windenergie is duur”

Om de Nederlandse doelen voor klimaat en duurzame energie te halen is windenergie belangrijk. Windenergie is voor Nederland de goedkoopste en schoonste manier. De kosten van windenergie behoren tot de laagste van de schone energiebronnen en zullen dalen, terwijl de kosten van fossiele energie zullen stijgen. 

Grote, moderne windmolens op een windrijke plek kunnen qua prijs nu al concurreren met ouderwetse, grijze centrales. Eenmaal gebouwd, zijn de molens veel goedkoper dan een gas- of kolencentrale, omdat er geen brandstof nodig is. 
Verder worden in economische berekeningen telkens de milieukosten en de kosten die klimaatverandering met zich meebrengt, vergeten. Als deze kosten worden meegenomen, dan is windenergie de goedkoopste energiebron.

5) “Windmolens draaien niet op wind, maar op subsidie”

De Subsidie Duurzame Energie compenseert het verschil tussen de kosten van duurzame energie en de marktprijs van energie. Door deze SDE-subsidie is windenergie voor de consument niet duurder dan grijze stroom.

Deze subsidie is nodig omdat er nog steeds kolencentrales actief zijn in Nederland, die niet betalen voor de grote schade van hun uitstoot van broeikasgassen en stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. Volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) zijn fossiele brandstoffen zelfs in totaal voor 544 miljard euro gesubsidieerd. Dit is ruim vijf keer zoveel als de 101 miljard die in hernieuwbare energie door overheden geïnvesteerd wordt.

6) “De overheid geeft 18 miljard euro uit aan windenergie”

Het subsidiebedrag van 18 miljard euro is een formele toezegging voor windenergie op zee. Het is een maximumbedrag voor een periode van in totaal 15 jaar. Op dit moment zijn de energieprijzen laag (vanwege Amerikaans schaliegas en de lage kolenprijzen) en is ook de CO2-prijs laag. Deze prijzen zullen in de toekomst gaan stijgen, waardoor de totale subsidie flink lager uit zal komen. 

7) “Windenergie is onbetrouwbaar”

Moderne windmolens beginnen te draaien bij een windkracht 2-3 en leveren vanaf windkracht 6 het volle vermogen. Alleen als het heel hard waait (windkracht 10) wordt de windmolen uitgeschakeld. De technische beschikbaarheid van windmolens is hoger dan 95 procent. Slechts een klein deel van het jaar kan een windmolen niet draaien, vanwege onderhoud of storing. 

Windenergie is goed te voorspellen. Bij normale omstandigheden is tot 10 procent nauwkeurig te berekenen hoeveel energie windmolens een dag later zullen produceren. GroenLinks pleit voor een slim vervlochten, Europees energienetwerk dat pieken en dalen goed kan benutten. 

8) “Windmolens geven veel overlast”

Voor het plaatsen van een windmolen zijn normen en richtlijnen opgesteld. Nieuwe windmolens zijn stiller en staan minimaal 300 meter bij huizen vandaan. Met omwonenden kunnen afspraken worden gemaakt over het stilzetten van de windmolen bij harde wind.

GroenLinks maakt zich hard voor meer windmolens, maar dit lukt alleen in goed overleg. GroenLinks vindt geschikte locaties, draagvlak, (financiële) participatie en maatwerk erg belangrijk.

9) “Vogels botsen tegen windmolens”

Het aantal botsingen tussen vogels en windmolens valt mee. In het verkeer sterven 40 keer meer vogels. Ook kennen veel broedvogels hun rust- en voedselgebieden zo goed dat ze gewoon tussen de windmolens door vliegen. Aalscholvers hebben juist baat bij windparken op zee. Voor hen is het een ideale plek om hun verenpak te drogen.

10) “Windmolens op zee verstoren het dierenleven”

Windmolens op zee verstoren het dierenleven nauwelijks en kunnen zelfs een positief effect hebben. Kabeljauw voelt zich thuis tussen de windmolens. Andere vissen hebben geen interesse en zwemmen gewoon tussen de windmolens door. 
Ook zeehonden en bruinvissen ondervinden geen hinder.